Stappen tellen

Tijdens mijn tijd in Namibië volgde ik bavianen in een woestijnlandschap. We volgden ze de hele dag, van zonsopkomst tot zonsondergang. En hoewel het een geweldige ervaring was, was het niet altijd makkelijk.

Het was de Afrikaanse winter, wat betekende dat de nachttemperaturen rond het vriespunt kwamen terwijl je in een tent sliep. Daarnaast stonden we vroeg op, voor zonsopkomst (zo rond 5:00u), om er zeker van te zijn dat we op tijd bij de troep aankwamen. Dat vergde een fysiek veeleisende wandeling, wat in het bijzonder zwaar was als de bavianen op een slaapklif sliepen die ver weg lag. We moesten elke dag zo’n vijf liter water meedragen om goed gehydrateerd te blijven tijdens de lange warme dagen. En dan pas begonnen we aan onze echte werkdag om de troep de hele dag te volgen, waar ze ook heengingen.

Lees verder

En passant

Terwijl ik mij richtte op Steinbeck, de baviaan die ik volgde, trok iets vanuit mijn ooghoeken mijn aandacht. Tussen de dunne struiken door kwam een steenbokantilope onze kant op. Hij keek me even aan, waarna hij zijn interesse verloor: de bavianen om me heen vonden me niet alarmwaardig, dus leek de anders zo schichtige steenbok ook te concluderen dat ik geen gevaar vormde. De volgende 15 minuten lang scharrelde hij naast ons rond, op zoek naar verse blaadjes in de dorre woestijn. Enkel uitwijkend voor de paar bavianen die hem iets te dicht naderden, vervolgde hij onverstoorbaar langzaam zijn weg, totdat hij uit mijn zicht verdwenen was.

Als een Jona op de berg

Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant. Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde. En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven: ‘Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’
Jona 4:6-8, NBV


In Tsaobis voelde ik me af en toe net Jona. Hij zat op een heuvel naar Nineve te kijken, ik zat regelmatig op een heuvel naar bavianen te kijken. Maar ik kan me het meest verplaatsen in hoe hij zich moest voelen toen zijn boom, en daarmee zijn schaduw, van hem weggenomen werd. Lees verder

Ontroerende ontmoetingen

Gemiddelde maximum temperatuur: 24,1 °C
Gemiddelde minimum temperatuur: 7,4 °C
Zonsopkomst: 06:34
Zonsondergang:  17:22

Olifantrus, Etosha
In het duister van de nacht zag ik hem langzaam mijn kant op bewegen. In plaats van om de krappe bosjes heen te gaan, ging hij dwars door de schaarse begroeiing heen. De takken schuurden langs zijn grijze huid, wat een schrapend geluid gaf. Hij vervolgde onverstoord zijn weg langs de waterkant, met een duidelijk doel voor ogen. Op vijf meter afstand van de schuilhut kwam de olifant tot stilstand bij de waterplas, onder het venster waar ik zat. In het rode licht zag ik hoe hij met zijn slurf tastend op zoek ging naar water. Een luid slurpgeluid borrelde op van onder mij, waarna hij zijn slurf naar zijn mond bracht om hem te legen: het klonk alsof iemand een emmer water leeggooide. Elke keer dat hij dit ritueel herhaalde, verbaasde ik me over de wonderlijkheid van zijn slurf. Ik was zo dichtbij dat ik elke spier in zijn slurf zag samentrekken. Dikke rimpels ontstonden, vooral als zijn slurf aan zijn lippen stond. Ademloos zat ik te kijken naar de indrukwekkende verschijning. Waar heb ik het aan verdiend, schoot door mijn hoofd terwijl de emoties de overhand kregen, dat ik dit allemaal mee mag maken?

Lees verder

Apenstreken

Gemiddelde maximum temperatuur: 30 °C
Gemiddelde minimum temperatuur: 13 °C
Zonsopkomst: 06:23
Zonsondergang:  17:23

Ergens in de Swakop rivier, Noord-West
De schaduw geeft iets verkoeling, maar niet veel. Het is half 1 en de zon staat op haar hoogste punt. Om me heen hoor ik geknisper en geknabbel van de bavianen, terwijl af en toe een briesje om mijn hoofd waait. Recht voor me liggen de heuvels die we ongetwijfeld nog gaan beklimmen in de resterende 6 uur daglicht, achter me liggen de heuvels die we al overwonnen hebben. We volgen J-troop, en die is berucht om zijn klimgraagheid. De heuvels mogen dan fysiek wel zwaar zijn, ik heb ze liever dan het bosland waar we ons nu in bevinden. We moeten de hele dag de bavianen volgen, en dat gaat toch echt makkelijker op de open rotsen dan in de dichte vegetatie van de boslanden.

Lees verder

Comfortzone

Wow. Ik had verwacht dat het zo hetzelfde zou zijn om naar Namibië te vertrekken. Boy was I wrong. Toen ik vorig jaar naar Panama vertrok snapte ik oprecht de vraag ‘Ben je zenuwachtig?’ niet. Nu had ik op de dag van mijn vertrek vlinders in mijn buik, opvliegers en overleefde ik de hele dag op een paar broodjes en pepermuntjes. En dat terwijl Geeske me op de weg naar Schiphol een dikke reep Tony Chocolonely’s had gegeven! (Zeezout karamel, mjam!) Ik kon er geen trek in krijgen, net als de patatjes waar ik mezelf normaal gesproken op trakteer tijdens een lange reis. Het is aan. Ik ga eindelijk echt naar Afrika. En dat niet alleen, ik ga er bavianen en cheeta’s onderzoeken. Grote zoogdieren in Afrika. Ik ga de beesten zien waar ik mijn hele leven al documentaires over kijk. Ik kan het nog steeds niet geloven. Dire Straits’ Money for Nothing zwelt aan als we opstijgen. We landden op Windhoek Hosea Kutako Airport, vernoemd naar een belangrijke leider van het Herero volk en een strijder tegen het koloniaal bestuur in Namibië. De warme lucht sloeg in mijn gezicht terwijl ik door de open lucht naar de aankomsthal liep. Lees verder